Iets wordt interessant wanneer het pijn doet

Landschapspijn, daar ging het over in de Neushoorn, op 10 januari jl.  Ht is een pijn die echt voelt, zegt journaliste Jantien de Boer, die er zelfs een boek over schreef. Door enkele boze boerinnen wordt ze nu al ‘mevrouwtje Landschapspijn’ genoemd en dat vindt ze niet leuk. Ten eerste omdat de term is bedacht door hoogleraar trekvogelecologie Theunis Piersma (ook aanwezig), zo leerden we. En ten tweede, omdat ze niet de loopgraven in wil, ‘want daar bereik je toch niets mee’. Hoe dan ook; de teloorgang van de biodiversiteit doet pijn. En pijn, dat is iets waar we je van af wil, zo vertelde De Boer. “Het is een ongemakkelijke waarheid. Nou, volgens mij is het wel goed om die pijn nog even te voelen. Iets wordt interessant wanneer het pijn doet. Dan ga je onderzoeken wat je eraan kunt doen.”

Dat er iets moet gebeuren bleek wel uit het gesprek met Piersma, die aan de hand van enkele dia’s aangaf hoe spectaculair de biodiversiteit – de aanwezigheid van verschillende soorten planten en dieren – de afgelopen eeuwen is teruggelopen. Hoe is het allemaal zo gekomen, vroeg Froukje Hernamdt van de Friese Milieufederatie zich af. Het antwoord wist ze ook: “We zijn na de oorlog erg lang gegroeid en we wilden allemaal goed eten hebben voor heel weinig geld.” Hernamdt had voor de aanwezigen ook nog een hoopvolle boodschap: ze vertelde dat alle natuur en milieuorganisaties in Friesland zich hebben gecommitteerd om samen te werken aan biodiversiteit, waarbij ze het belangrijke jaar 2018 niet als eindpunt zien, maar juist als startpunt voor een gezamenlijk proces naar een beter landschap. “Het is ook nodig want het is niet twee voor twaalf, maar het is al twaalf uur geweest”, aldus Hernamdt. Hoopvol was volgens Hernamdt ook dat het maatschappelijk draagvlak voor betere landbouwproducten ‘aan het kantelen is.’

Boer Johan Boersma uit de Lauwersmeerpolder kon zich aansluiten bij de visie van Hernamdt. “We hebben inderdaad jarenlang zeer goede voeding moeten maken voor een erg laag bedrag. We weten vaak ook wel oe het beter kan, maar we worden vaak ook door overheidsregels gedwongen om de focus op economie te houden”, aldus Boersma.

Claudy Jongstra was toch optimistisch over de toekomst. “ Je kunt bij jezelf beginnen. Anders voedsel kopen. Kinderen opvoeden door het verhaal aantrekkelijk te vertellen.”

Piersma zag ook hoopvolle ontwikkelingen, zoals Friese biologische kazen die het in de markt steengoed doen. Professor Natuurbeheer Frank Berendse vond dat ook belangrijk en wist wel een manier om het proces richting biodiversiteit te versnellen. “ Hier mag je iets van de overheid verwachten. Vervuilende landbouwproducten duurder maken door belastingheffing. De consument zal dus moeten betalen. En wanneer de reguliere producten duurder worden zullen bio-producten vanzelf nog aantrekkelijker worden.”

Meer over biodiversiteit en 2018 vind je hier hier

En hoe Nederland er in de toekomst uit gaat zien? Dat kan de bezoeker ervaren bij de tentoonstelling Places of Hope, die vanaf 4 april te zien is in de Kanselarij Leeuwarden.

landschapspijn

Foto: Ellen Seerden